Samenwerken: bijzaak of noodzaak?

In aanloop naar onze gebruikersdag spraken we Ludwig Smits van Burgers van der Wal over het belang van samenwerken. Burgers van der Wal is een grootonderhoudsbedrijf dat vooral werkt voor woningcorporaties, gemeenten, scholen, zorginstellingen en andere organisaties. “We zien de uitvraag van onze opdrachtgevers als een uitdaging om de optimale prestaties te leveren, binnen de meest gunstige kosten en met zo min mogelijk inspanning voor de opdrachtgever”, vertelt Ludwig.

 

burgers van der wal

 

 

Dit vertaalt Burgers van der Wal naar een proactieve houding die verder gaat dan de uitvoering van projecten. Verder ook dan de competenties van het eigen onderhoudsbedrijf: “De opgave van de opdrachtgever staat centraal. De mogelijkheden en de rol van ons bedrijf zijn van ondergeschikt belang. Om de opdracht kwalitatief en kostenefficiënt te kunnen invullen, en daarbij zoveel mogelijk toegevoegde waarde te kunnen leveren, werken we nauw samen met andere bedrijven. Zowel collega-onderhoudsbedrijven als bijvoorbeeld dakdekkers, isolatiebedrijven, voegbedrijven en installateurs. In welke organisatievorm? Ook dat is elke keer afhankelijk van de opgave.”

Cultuurverandering
Nog niet eens zolang geleden kregen onderhoudsbedrijven een bestek van hun opdrachtgevers. Daarin stonden de uit te voeren werkzaamheden tot in detail beschreven.“Het kost veel tijd om zo’n bestek te schrijven. Bovendien beginnen opdrachtgevers zich te realiseren dat samenwerkende onderhoudsbedrijven meer en betere vaktechnische bagage hebben dan zijzelf, en daardoor heel goed in staat zijn om zorgvuldige en complete onderhoudsplannen op te stellen.” Ludwig is al jaren een vurige pleitbezorger van deze ommekeer. Hij kijkt dan ook met genoegen naar de ontwikkeling dat steeds meer samenwerkende bedrijven meer integrale oplossingen bieden. Wat overigens niet betekent dat de kentering zomaar even een feit is: “Vergeet niet dat er tientallen jaren gewerkt is op de oude manier. Wil je dat veranderen, dan vergt dat gewenning. Niet alleen bij opdrachtgevers, maar ook aan de kant van de opdrachtnemers. Denk je maar eens in: van bedrijven die het ene moment nog concurrenten van elkaar zijn, wordt op het andere moment verwacht dat ze samenwerken als goede collega’s. Je praat echt over een cultuurverandering. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Het is belangrijk dat de directie en het management achter de transitie staan en dit ook intern uitdragen.”

1 stap terug, 2 stappen vooruit
Nog even terug naar de organisatievorm. Hoe wordt die bepaald? “Als de opgave vraagt om specialistische kennis van een collectieve warmtevoorziening, schuift in de initiatieffase een partij aan die deze expertise inbrengt. Blijkt dan ook nog dat de warmtevraag de meest cruciale factor is in de opgave, dan moet deze partij misschien wel de hoofdaannemer worden. Voor mij is het duidelijk: als je niet bereid bent om te veranderen, een stukje identiteit op te geven en actief in de transitie te staan, dan is dit niet de ideale tijd voor je.”